Regelaars en werkers

Het gaat in het werk alleen nog maar over het regelen van het werk. Het aantal regelaars is ook in groei geëscaleerd. Al die regelaars hebben informatie nodig om het werk te kunnen ‘regelen’ naar hùn goeddunken. Hoe meer informatie we hebben over het werk, hoe beter we het kunnen regelen, denkt de regelaar (lees: hoe minder kosten). Maar al die informatie over het werk moet worden geleverd door de werker. Die is nu meer tijd kwijt aan het verstrekken van die informatie aan de regelaars dan hij heeft voor het werk zelf. Dat resulteert in prutkwaliteit van product en dienst. Dat ligt niet aan de werkers maar aan de regelaars!

Dan zijn er nog de regels en regeltjes die al die regelaars bedenken. Waar ze hun zogenaamde belangrijkheid mee beschermen. Want voor ieder regeltje zijn uitzonderingen waar dan weer een regeltje voor moet worden bedacht, waar dan weer uitzonderingen op zijn, waar dan…

Stop met regelen! Laat de werker weer zijn werk doen! Halveer het aantal regelaars! En, halveer het daarna weer! En weer, en weer. Dan komen we weer op een aantal dat in verhouding staat met het aantal werkers. Dan komt er weer kwaliteit in product en dienst. Omdat de werker weer werkt.