Regels, regels, regels.

Zo’n drieduizend jaar geleden is het begonnen. Het vastleggen van regels, leefregels. Op twee stenen tafels werden tien regels vastgelegd. Nu, in onze tijd, zijn er zoveel regels vastgelegd dat geen mens nog weet welke regels zich aan te houden, er geen mens meer leeft of kan leven zonder meerdere regels te overtreden, waarbij er ook best veel zijn die dit in volle overtuiging doen. We hebben specialisten nodig die er een dik betaalde boterham aan verdienen om niet alleen uit te zoeken welke regels we ons aan hebben te houden maar vooral welke hiaten er in te vinden zijn om onder die regels uit te komen. Wat dan weer tot nog meer regels leidt in een vaak hopeloze poging die hiaten te dichten.

Wordt het niet de hoogste tijd dat we weer terug gaan naar die tien regels die op die stenen tafels zijn vastgelegd? En dan ons daar dan wél aan houden?

Zie dat je geld krijgt.

Het evangelie van de wereld* luidt: Zie dat je geld krijgt, zorg dat je het snel krijgt, maak dat je het in overvloed krijgt, zorg dat je het in buitensporige overvloed krijgt, probeer het als je kunt op een oneerlijke manier te krijgen en doe het anders desnoods eerlijk.

*Het orgineel schijnt van Mark Twain te zijn en daarin staat Amerika in plaats van wereld. Maar gezien de ‘geweldige’ globalisering, wat in wezen betekent dat heel de wereld in Amerikaanse stijl leeft, die plaats vond gedurende de afgelopen decennia en nog steeds gaande is mag nu wel over het evangelie van de wereld worden gesproken.

Lieve kijkbuiskinderen.

Als kind heb ik meegemaakt hoe de televisie ons leven binnendrong en een steeds groter deel van dat leven in beslag ging nemen. Kijkbuiskinderen werden we door een van de personages in die elektronische poppenkast genoemd. En dat is precies wat we zijn geworden. Televisie werd de tiet die onze geest voedde. We zogen ons er aan vast en lieten niet meer los. Of konden we niet meer los laten? Want men deed en doet in die elektronische poppenkast wel heel erg zijn best ons aan die tiet te houden. Kijkcijfers zijn nu de maatstaf voor wat men uitzendt, niet de kwaliteit of het educatief gehalte om maar iets te noemen. Ik heb mij in de afgelopen paar decennia grotendeels los kunnen worstelen. Ja, dat duurde inderdaad wel even. Maar nog niet geheel. Nog bijna dagelijks heb ik mijn (weliswaar heel kleine want er is maar heel weinig het kijken waard) portie kijkbuis nodig. Ik herinner mij zo’n woord als kijkbuiskinderen en kan menig reclamedeun van de vorige eeuw opdreunen. Dat lijkt toch verdomd veel op een verslaving. Of hersenspoeling zelfs!

De kijkbuis heet nu scherm en is bijna geheel vervangen door de ‘smart’phone. Maar de inhoud is niet veranderd. Het is nog steeds een poppenkast met een fabeltjeskrant maar dan met heel veel geweld, bangmakerij en porno (porno heeft overigens niks met seks te maken, ik ben niet alleen kijkbuiskind maar ook bloemenkind en heb een heel ander sexbeeld meegekregen dan de hedendaagse jonge mens via dat schermpje meekrijgt voor de rest van zijn leven). En de verslaving is duizenden malen erger. Ik maak mij dan ook ernstig zorgen over mijn (jonge) medemens en de reeds zichtbare nadelige en gewelddadige gevolgen in de wereld van die verslaving. En je bent er niet zomaar van af is mijn ervaring (zie hierboven).

De klant begrijpt het (niet).

Als het in het voordeel van de ondernemer is dan is, volgens die ondernemer, de klant heeeeeeel intelligent en begrijpt de klant prima waarom … (vul zelf maar in).

Als het in het nadeel van de ondernemer is dan is de uitspraak van die zelfde ondernemer “de klant begrijpt het (misschien) niet als we dit….” (wederom, vul zelf maar in)

Computersprookjes

Computers ‘vertellen’ sprookjes. Meer correct, de software ‘vertelt’ het. De computer kan niet meer dan het aan of uit signaaltje zetten gelijk als lang geleden met ponskaarten of zoals de muziekkaarten op het draaiorgel. Maar nog meer correct, de mens die de software bedenkt ‘vertelt’ het sprookje. Tussen haakjes, dat is dus niet de programmeur. Menig software staat geheel of grotendeels los van de werkelijkheid want er wordt nog maar zelden naar de praktijk, de werkelijkheid dus, gekeken. Luisteren naar de praktijk is al weg sinds we door ‘praatshows’ worden geteisterd (ze heten niet voor niets praatshow i.p.v. luistershow). Wat heeft praten voor zin als niemand (meer) luistert?

Gevolg: de ganse wereld gelooft in sprookjes.

Wikipedia: Een sprookje is in oorsprong een mondeling overgeleverd volksverhaal waarin vaak magie een rol speelt en een beroep wordt gedaan op de fantasie van de lezer of luisteraar. Het begint vaak met de stereotiepe openingsformule “Er was eens…” en speelt zich af op een onbepaalde plaats in een onbepaald verleden, wat ook een bepaalde sfeer oplevert.

Accijnsverlaging brandstof? Nee!

Het is iedere keer weer hetzelfde liedje. Jarenlang zijn multinationals, oliebedrijven, nou ja, ondertussen alle grote bedrijven, bezig geld binnen te harken en weg te sluizen ter onderduiking van belastingen en zodra het maar een beetje lastig wordt om dikke winsten te maken worden de prijzen verhoogd en moet de gemeenschap bijspringen.

Nee! Betaal het maar van je binnen geharkte kapitaal! Dus geen accijnsverlaging overheid (die onze door de gemeenschap bijeen gebrachte centjes ‘beheert’ waarmee het onderwijs voor je kind, de zorg voor je bejaarde moeder, de veiligheid van je medeburgers, etc. wordt gefinancierd). Want dat betekent (weer) minder geld beschikbaar voor gemeenschap! Toon nu eens je ballen (de plaats op het lichaam is mij geheel onverschillig) en dwing die bedrijven tot prijsverlaging! Dan ben je pas een vent (mvqhlxb etc)!

Inflatiecorrectie.

Inflatiecorrectie is de laatste jaren het toverwoord geworden voor ondernemers om hun prijzen minstens één keer per jaar te verhogen (overigens maar één van de trucs waarbij zij zich (kunnen) verschuilen achter een zogenaamd externe oorzaak). Inflatie, wat is dat ook al weer? Waardevermindering van je euro. En dat komt door… juist, prijsverhogingen! Prijsverhogingen vanwege inflatiecorrecties?

En zo rent de mens achter zijn eigen staart aan naar zijn (financiële) afgrond.

Aan de slag?

Het eerste woord dat de boreling uitkraamt is bezuinigen. En natuurlijk op dat wat wij als burgers en mensen in Nederland het minst kunnen missen namelijk zorg en onderwijs. Cultuur is allang het hoekje om. Gemeenten zitten met tekorten. Maar nee hoor, we hebben geld nodig voor defensie. De muis zegt piep tegen de tijger.

Marionetten van het bedrijfsleven. U wordt bedankt kiezer!

Wat aan het sprookje vooraf ging.

We volgen een gemiddelde – aan hun spannende avonturen in het academische ziekenhuis voorafgaande – dag uit het leven van het stelletje, waarbij we vooral scherp zullen letten op de voor het verdere verloop van hun gezinsleven zo bepalende omgevingsfactoren.

==

Deze ochtend was er een zoals zo veel andere en Johan en Margreet ontwaakten op hun verplicht met vlamvertragende chemicaliën geïmpregneerde matras, waardoor ze gedurende de, na een van hun vruchteloze pogingen tot natuurlijke reproductie, verder rustige nacht kleine hoeveelheden formaldehydegas en kankerverwekkende broomverbindingen hadden ingeademd, en liepen stoeierig op blote voeten over de met styreen en vergelijkbaar giftige chemische stoffen behandelde vloerbedekking achter elkaar aan naar de badkamer. Johan verfriste zijn adem met het mondwater waaraan naast de vier actieve componenten ook nog een half dozijn smaak- en kleurstoffen was toegevoegd, en terwijl hij het brouwsel – dat de weekmakers in het plastic van de flacon al tijden hadden staan uitlogen – liet rondspoelen in zijn mond las hij uit gewoonte voor de zoveelste keer de tekst op het etiket zonder dat hij ook nu weer de volle betekenis daarvan tot zich liet doordringen: ‘WAARSCHUWING: niet toedienen aan kinderen jonger dan twaalf jaar. Niet doorslikken. Bij per ongeluk toch inslikken professionele hulp inroepen of contact opnemen met een vergiftigingscentrum.’ Margreet gaf er, vanwege de wat mildere tekst op de tube, de voorkeur aan tandpasta te gebruiken: ‘Bij inslikken van een grotere hoeveelheid dan bedoeld voor het tandenpoetsen, dient medische hulp te worden ingeroepen.’ Hoewel ze daar, mede gezien hun gevorderde leeftijd, niet meteen wakker van lagen, hadden ze wel voor alle zekerheid het nummer voor spoedeisende hulp in het telefoonregister van hun mobieltjes opgeslagen. Na het douchen en wat speels geruzie omdat ze dezelfde roller gebruikten, bracht de een bij de ander liefdevol in de okselholtes deodorant aan – met daarin aanwezig de stoffen aluminium, parabenen, propyleenglycol en een onbekend ‘parfum’ genoemd mengsel – gevolgd door het insmeren met wat bodylotion over de rest van het lichaam om door het verwijden van de huidporiën de andere verzorgende chemicaliën wat dieper in de huid te laten doordringen. Ten slotte snoven ze verheerlijkt elkaars synthetische geuren op, waarmee tegelijk de lichte, maar wat klinisch ruikende benzeenlucht van de toiletverfrisser werd verdreven. Terug in de slaapkamer was het, met een volle, drukke dag in het vooruitzicht, hup in de chemisch gereinigde, met synthetische vezels versterkte en door het dichloorbenzeen van de mottenballen beschermde kleren, wat zoals altijd gepaard ging met een wolkje trichloorethyleen en n-hexaan, van welke stoffen bekend is dat ze op den duur hartafwijkingen, zenuwbeschadigingen en geheugenverlies veroorzaken, maar dat laatste had met de hulp van hun elektronische agenda’s nog geen serieuze problemen opgeleverd. Samen met de uitwaseming van de lak van het ameublement, de muurverf, de tapijtreiniger en de vlamvertragers in de vloerbedekking hing er in hun slaapkamer, net als in de rest van het huis, vanwege de voortreffelijke isolatie permanent een complex gasmengsel van lichaamsvreemde stoffen, waarvan de invloed van de losse componenten op de lichamelijke en geestelijke gesteldheid door de wetenschap al wel onderzocht was – hoofdpijn, stemmingswisselingen en concentratieproblemen – maar het versterkende effect van de optelsom (de toxische synergie) nog in het geheel niet. De her en der opgehangen en onder het passeren automatisch sproeiende luchtverfrissers verdreven de kwalijke dampen weliswaar niet, droegen daar integendeel met hun gesis nog hun steentje aan bij, maar maskeerden in ieder geval de onaangename geuren op een alleszins prettige manier.

Op naar de keuken, waar Johan en Margreet – omgeven door de chloordampen van de vaatwasser en de met waarschuwingsstickers volgeplakte flessen en spuitbussen met schoonmaakmiddelen en insecticiden in het aanrechtkastje – betrekkelijk goedgehumeurd begonnen aan hun viergranenontbijt met daarin een flink aantal synthetische additieven, waaronder de zoetstof aspartaam, die is aangemerkt als de veroorzaker van verschillende allergieën en andere ernstige ziekten waaronder kanker. De vleeswaren voor het boterhambeleg van het lunchpakketje bevatten naast de conserveringsmiddelen ook groeihormonen en antibiotica die zijn toegediend toen het dier nog leefde, en zullen, net als het plastic van het verpakkingsmateriaal en het blaadje sla en het plakje tomaat met de restanten van een zestal pesticiden, die middag nog hun bijdrage leveren aan de honderden synthetische stoffen die het tweetal al hebben geconsumeerd voordat hun dag goed en wel was begonnen en de uitlaatgassen en het fijnstof van de ochtendspits buiten nog lagen te wachten.

Gedurende de rest van de werkdag groeide de lijst van door Johan en Margreet geïnhaleerde of geconsumeerde synthetische chemicaliën in hetzelfde rappe tempo gestaag aan en valt er weinig nieuws over te melden, behalve dan dat zij besloten hadden om die avond een copieus diner voor een paar van hun meest dierbare vrienden te bereiden en daarom op weg naar huis een supermarkt aandeden om de benodigde inkopen te doen. Terwijl Margreet tussen de rekken het winkelwagentje aan het vullen was en Johan – die een vreselijke hekel had aan shoppen – buiten op haar stond te wachten om te helpen met inladen, viel hem voor het eerst een bordje op ter grootte van een velletje A4 dat op ooghoogte naast de hoofdingang was aangebracht met ook daarop alweer de tekst: ‘WAARSCHUWING: De producten die in dit gebouw worden verkocht of gebruikt kunnen chemische stoffen bevatten waarvan bij de Staat bekend is dat ze kanker, geboorteafwijkingen of andere schade in verband met de voortplanting kunnen veroorzaken’, en het viel hem op dat eigenlijk niemand van de vele klanten die de winkel betraden of verlieten het bordje ook maar één blik waardig keurde.

Het werd niettemin een gezellig en smakelijk etentje waarbij heerlijkheden werden geserveerd als kalkoen, kip, kaas, melk, boter en roomijs, volgens een recent onderzoek allemaal verontreinigd met PBDE (een acroniem voor polygebromeerde difenylether), dat als vlamvertragend middel wordt gebruikt in tapijten, meubilair en elektronica, kankerverwekkend is, schade toebrengt aan de voortplantingsorganen en het zenuw- en hormoonstelsel, en zich als niet-afbreekbare stof ophoopt in het vetweefsel van dieren. De in een teflon pan knapperig gebakken aardappelen en de met kraanwater frisgewassen spinazie bevatten evengoed nog vele pesticiden en de romige slasaus zat vol met conserveringsmiddelen en kunstmatige kleur- en smaakstoffen, en met het rundvlees werd tegelijk een keur aan groeihormonen, antibiotica, tranquillizers, insecticiden en onkruidverdelgers opgediend.

Het voldaan met een drankje nog een uurtje nazitten rond het knapperende haardvuur stelde Margreet in de gelegenheid de vrienden te informeren over het nog steeds uitblijven van haar zwangerschap, en een van hen – die er wat vaker een gewoonte van maakte de actualiteit bij te houden – vertelde over een onderzoek dat had aangetoond dat er door de diverse farmaceutische en chemische industrieën jaarlijks tweehonderdvijftig miljoen ton aan mogelijk toxische, carcinogene, neurotoxische en andere synthetische chemicaliën worden geproduceerd,153 en dat alles bij elkaar wel zevenhonderd verschillende stoffen – die twee mensengeneraties eerder nog niet bestonden154 – waren aangetoond in het bloed en de urine van een grote groep mensen die noch beroepsmatig noch geografisch in contact waren geweest met deze chemicaliën of de plaats waar ze werden geproduceerd. ‘In feite,’ zo besloot hij zijn betoog, ‘zijn we allemaal zo verontreinigd dat, als we kannibalen waren, ons vlees verboden zou worden voor menselijke consumptie.’

Vermoeid door de bewogen avond maar tevreden met alle complimenten over hun kookkunst, vlijden Margreet en Johan zich die nacht tegen elkaar aan: ‘Zullen we nog maar een keer, dan?’

Bron: André Klukhuhn, De Algehele geschiedenis van het denken.