Als kind heb ik meegemaakt hoe de televisie ons leven binnendrong en een steeds groter deel van dat leven in beslag ging nemen. Kijkbuiskinderen werden we door een van de personages in die elektronische poppenkast genoemd. En dat is precies wat we zijn geworden. Televisie werd de tiet die onze geest voedde. We zogen ons er aan vast en lieten niet meer los. Of konden we niet meer los laten? Want men deed en doet in die elektronische poppenkast wel heel erg zijn best ons aan die tiet te houden. Kijkcijfers zijn nu de maatstaf voor wat men uitzendt, niet de kwaliteit of het educatief gehalte om maar iets te noemen. Ik heb mij in de afgelopen paar decennia grotendeels los kunnen worstelen. Ja, dat duurde inderdaad wel even. Maar nog niet geheel. Nog bijna dagelijks heb ik mijn (weliswaar heel kleine want er is maar heel weinig het kijken waard) portie kijkbuis nodig. Ik herinner mij zo’n woord als kijkbuiskinderen en kan menig reclamedeun van de vorige eeuw opdreunen. Dat lijkt toch verdomd veel op een verslaving. Of hersenspoeling zelfs!
De kijkbuis heet nu scherm en is bijna geheel vervangen door de ‘smart’phone. Maar de inhoud is niet veranderd. Het is nog steeds een poppenkast met een fabeltjeskrant maar dan met heel veel geweld, bangmakerij en porno (porno heeft overigens niks met seks te maken, ik ben niet alleen kijkbuiskind maar ook bloemenkind en heb een heel ander sexbeeld meegekregen dan de hedendaagse jonge mens via dat schermpje meekrijgt voor de rest van zijn leven). En de verslaving is duizenden malen erger. Ik maak mij dan ook ernstig zorgen over mijn (jonge) medemens en de reeds zichtbare nadelige en gewelddadige gevolgen in de wereld van die verslaving. En je bent er niet zomaar van af is mijn ervaring (zie hierboven).