In de nacht, het laatste uurtje, kwam het spook van de wachtrij en wachttijd in de gezondheidszorg mij bezoeken. Ik ben er namelijk wéér het slachtoffer van. Het trauma ontstond gedurende de corona periode waarin ik na een klein jaar doorgebracht te hebben in wachtrijen en met blunderende specialisten en pathologen net op tijd op eigen initiatief bij een medische organisatie terecht kwam die wel zijn organisatorische zaakjes op orde had en de benodigde levensreddende operatie net op tijd uitvoerde. Ik bedoel maar.
Het is een perverse schande dat we het ‘online geshopte’ artikel de volgende dag krijgen afgeleverd en de noodzakelijke gezondheidszorg pas na weken, maanden of zelfs jaren (GGZ). De wijze waarop wij als samenleving met de gezondheidszorg omgaan zit vol tegenstrijdigheden. Als je voortdurend levensverlengende uitvindingen doet moet je niet raar opkijken als er langer van de gezondheidszorg gebruik wordt gemaakt. Ondanks groei van bevolking wil de overheid steeds minder aan gezondheidszorg uitgeven. Niet alleen de ouderen zijn van invloed op de overheidsuitgaven, ook zwangerschap, geboorte en de zorg erna voor kinderen neemt een steeds groter deel van die uitgaven. Een ziekenhuis moet streven naar meer behandelingen (lees meer ongezonde mensen) om economisch te overleven terwijl zijn doelstelling is zoveel mogelijk gezonde mensen oftewel minder patiënten. Preventie in de zorg is uit den boze want levert minder patiënten waardoor ziekenhuizen e.d. in de financiële moeilijkheden komen en moeten sluiten (of fuseren wat op het zelfde neer komt voor de regio). En zo kan ik nog wel even door gaan.
Mijn droom, nou ja, nachtmerrie dus eigenlijk, openbaarde een andere tegenstrijdigheid. Ik bedacht namelijk dat wachtrijen een bedenksel zijn van de bestuurlaag in de zorg. De managers zegmaar. Tussendoor, van interne bron heb ik vernomen dat de verhouding sturend:uitvoerend in de zorg ondertussen 70:30 is. Verklaart misschien de wachtrij? Maar goed, de wachtrij is door managers bedacht om de zorg efficiënter (eufemisme voor goedkoper) te maken. Dat ziet de overheid graag. Het zal namelijk ongetwijfeld zo zijn dat een deel van de patiënten in een wachtrij het einde van de wachtrij niet haalt. De natuur is sneller dan de zorg, zowel in positieve zin (hersteld) als in negatieve zin (dood). Waarbij ik vermoed dat het laatste vaker voorkomt dan het eerste. Dus minder patiënten in behandeling is besparing op kosten en dat noemt een manager dan efficiënter.
Maar ook bedacht ik dat het misschien wel een bedenksel is van de afdeling Marketing. Ja, zo diep zijn wij al gezonken in het stinkende moeras van de commercie, een afdeling Marketing in een gezondheidszorg instantie. Hoe bedenk je het. Overigens heet zo’n afdeling vaak anders om het commerciële aspect er van te verbergen. Bijvoorbeeld Externe Communicatie of zoiets.
Want gedurende het wachten neemt (de complexiteit van) de kwaal toe (is mijn ervaring!) en als de patiënt het geluk is toebedeeld dat hij het einde van de wachtrij haalt is de benodigde zorg in complexiteit, gewicht en duur gestegen. Complexe zorg=dure zorg=hogere omzet met grotere marge=meer winst.
Maar wacht, mijn nachtmerrie werd op dat moment nog erger! Deze twee bedenksels zijn in conflict! Hoewel zij allebei streven naar langere wachtrijen (een wachtrij van nul wachtenden wil geen enkele manager want dat betekent onproductieve fte’s (managerstaal voor mensen die ‘niets’ doen in hun perspectief)) wil de ene sturende laag minder kosten en de andere veroorzaakt juist meer kosten! Dat is dus een interne strijd tussen twee sturende lagen (waarbij ongetwijfeld nog andere sturende lagen zijn betrokken)!
Dat zou best wel eens een van de oorzaken kunnen zijn die de als maar voortdurende ongebreidelde groei aan managers kan verklaren. Want mogelijk wordt het feit dat geen van beide zijn ‘target’ haalt, omdat ze elkaar dwars zitten, gebruikt om de afdeling op te schalen. Meer managers erbij! Dan gaat het wel lukken.
Vervolgens flipt dat heen en weer zoals mijn knieontsteking van dertig jaar geleden waarbij het ene draadje weefsel het naastgelegen draadje aanstak dat juist net genezen was en weer terug (tot een knappe fysiotherapeute dat hardhandig uitelkaar kneedde).
Al die ‘sturenden’ zitten elkaar te besturen of dwars.
En hoe gaan al die extra managers betaald worden (behalve dan van u en mijn moeizaam bijelkaar gewerkte belastingcentjes)? Nou gewoon, door effectief te bezuinigen op het uitvoerend personeel! De mensen die we juist zo hard nodig hebben!
Het wordt hoog tijd dat het aantal managers wordt teruggebracht tot weer een gezond-verstand-verhouding sturend:uitvoerend van 30:70 (ik ben coulant). Wachtrijen zijn dan misschien wel verleden tijd.