Een effectieve manier waarop burgers kunnen blijkgeven van hun macht als consument is al diverse malen op kleinere schaal in de praktijk gebracht. Ik doel dan op de «consumentenstaking» als wapen om veranderingen af te dwingen bij bepaalde producten (zoals in de vleesindustrie). Natuurlijk, niemand zou willen dat de economie als geheel in grote moeilijkheden raakt, maar een niet-aflatende reeks «consumentenstakingen» of dreigementen daarmee zou consumenten een machtig middel in handen geven om uiteindelijk veranderingen in het gehele kapitalistische productiesysteem tot stand te brengen.De grote voordelen van consumentenstakingen zijn dat zij geen maatregelen van de overheid vergen, dat zij moeilijk te ontkennen of te bestrijden zijn door het bedrijfsleven, en dat het niet nodig is te wachten tot de overheid met maatregelen begint wanneer er eindelijk een politieke meerderheid voor de beoogde maatschappelijke veranderingen is gevonden. Consumentenstakingen zouden de scheidslijnen tussen de politieke partijen kunnen doorbreken en strijdig kunnen zijn met alles wat de partijen tot dan toe beweerd hebben over de onmogelijkheid samen te werken. Zowel conservatieve, liberale als vooruitstrevende humanisten zouden eraan kunnen deelnemen, omdat ze allen door een en hetzelfde streven verenigd worden: het verlangen naar een gezonde, duurzame en humane consumptie.
Bij dit alles is uiteraard het probleem dat de consumenten zich bewust dienen te worden van twee zaken. Ten eerste dienen ze tot het besef te komen dat zij kracht kunnen putten uit hun (nu nog goeddeels onbewuste) protest tegen de (eigen)consumptieve mentaliteit. Ten tweede dienen ze te gaan inzien dat hun potentiële macht enorm groot is, zodra zij zich als de humanistisch gezinde consumenten hebben georganiseerd. Zo’n consumentenbeweging zou een teken zijn van een echte democratie: de burgers zouden op een directe manier uiting kunnen geven aan hun opvattingen en zo de maatschappelijke ontwikkeling op een directe, niet-vervreemde wijze proberen bij te sturen. Dit alles zou dan gebaseerd zijn op persoonlijke ervaringen, en niet op politieke leuzen of reclameslogans. Het ontstaan van een effectieve consumentenbeweging is van belang, oog in oog met de steeds toenemende macht van de grote concerns in een geglobaliseerde wereld. De invloed op de politiek van deze concerns neemt met de dag toe, en hun greep op het gedrag van de bevolking, via allerlei suggestieve methoden die vallen in de categorie «reclame», neemt ook steeds wurgender vormen aan. Als dit proces zich voortzet, dan zal ook het laatste restje democratie overgaan in een soort technocratisch-consumptief fascisme. Het enige perspectief dat ons dan nog rest, is een dociele maatschappij van weldoorvoede, gedachtenloze robots die willoos hun creditcard trekken voor producten die ze in feite niet nodig hebben.
Uit: Erich Fromm, Een kwestie van hebben of zijn. 1976